Historie
Geschiedenis Studentensport Nederland
Periode 1956-1967
1956 - Oprichting NSR (Nederlandse Studenten Raad)
Leiden vormde in de jaren ‘50 het centrum van de Nederlandse Studentenwereld. Daar begon Nico van der Lee in 1952 met zijn studie Rechten in Leiden en werd actief lid van het Leidsche Studenten Corps Minerva. Als ‘Assessor II’ werd hij zodoende president van de Sportraad van de NSR.
Vanaf 1957 ging de NSSS (Nederlandse Studenten Sport Stichting) zich bezighouden met het behartigen van de belangen van de Nederlandse studentensport door het (doen) organiseren van nationale studentenkampioenschappen en te zorgen voor de afvaardiging van studentenequipes naar internationale toernooien. De eerste statuten werden in 1959 gepasseerd.
Destijds waren er twaalf universitaire sportstichtingen, zeven studentensportbonden en diverse sportraden van nationale studentenorganisaties zoals de Gereformeerde SSR, de Katholieke UKSV en de Bond van Vrouwelijk Studenten Verenigingen (BVSV).
De financiën kwamen voort uit een afdracht van 50 cent (€ 0,23) per sportkaart, aangevuld met een zelfde bedrag vanuit het Ministerie van Onderwijs. Rond 1960 nam het NSSS-bestuur twee belangrijke stappen namelijk de verhoging van de contributie naar fl. 1,50 (€ 0,68) per studentsporter (het rijk bleef 50 cent (€ 0,23) bijdragen) en de aansluiting bij de Nederlandse Sport Federatie (NSF). In 1961 was de NSSS een organisatie met 10.000 leden en een budget van fl. 34.000 (€ 15.429).
Na de oorlog, toen overal de universitaire sportstichtingen waren opgericht, ontstonden ook de interuniversitaire sportwedstrijden. In 1956 kregen deze voor het eerst de naam Nederlandse Studenten Kampioenschappen (NSK), de voorloper van de GNSK. Begin jaren zestig rees de vraag of het NSK aan het door de NSSS gestelde doel beantwoordde. Het NSK was namelijk uitgegroeid tot een uiterst gezellige massale studentensportmanifestatie. De grote deelnemersaantallen hadden een negatief effect op het spelpeil. Na uitvoerig beraad werd besloten dat de NSK daadwerkelijk nationale kampioenschappen moesten worden. Een hoger niveau zou een meer stimulerende werking hebben op de studentensport in het algemeen.
In de jaren zestig was Amsterdam de NSK-stad: liefst zes keer vond het NSK daar plaats. Een belangrijke reden was het ontbreken van geschikte faciliteiten in andere steden. In het jaarverslag 1965/66 werd voor het eerst gesproken over “Grote” NSK (> 1500 deelnemers), dit naar aanleiding van het feit dat in veel takken van sport “kleine” NSK’s ontstonden, die van oorsprong niet op de “Grote” NSK te vinden waren. De organisatie van de “kleine” NSK’s werd door de NSSS overgelaten aan de SSB’s, die in die tijd golden als “functionele onderafdelingen” van de NSSS. In 1967 waren er intussen twaalf SSB’s.
1963 – Mr. Pieter van Vollenhoven president van NSSS
De meest aansprekende naam in de lijst van oud-bestuursleden is zonder twijfel Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven. In 1963 werd hij Assessor II in Leiden en dus, net als Mr. Nico van der Lee, president van de NSSS. Twintig jaar later werd hij benoemd tot beschermheer. In de lustrumbundel 1957-1992 is te lezen dat het presidentschap van NSSS als “donderslag bij heldere hemel” kwam, maar dat van Vollenhoven een prachtige tijd heeft gehad. “Ik was altijd al een groot sportliefhebber en deed aan verschillende sporten zoals judo, roeien, hockey en tennis. Bovendien hield ik van organiseren.”
In deze tijd bleek het erg lastig om studenten te vinden voor de Universiades. De sportbonden hadden veel macht over de studenten en zagen het belang van deze studentenkampioenschappen niet in. Ook zagen de bonden NSSS als bedreiging, een concurrent voor hun topsporters.
Periode 1967- 1972
De periode 1967-1972 kenmerkte zich door veel onrust in de studentenwereld. De “vermaatschappelijking van de universiteit” was een gevleugelde uitdrukking. Studentensportaccommodaties dienden opengesteld te worden voor burgers. Het lukte de NSSS niet om hier een duidelijk eenduidig standpunt te formuleren. Daarnaast werd in deze periode veel tijd besteed aan de uitzending van studenten naar Universiades.
1967 – Viering 10-jarig bestaan NSSS
Met een internationaal hockeytoernooi in Rijswijk werd het tienjarig bestaan van NSSS gevierd. Het Nederlandse hockeyteam werd zelf winnaar; door de goede samenwerking met de bond was het mogelijk het sterkste Nederlandse team op de been te brengen.
1967 – Gouden medaille voor Nederland tijdens Universiade
De eerste gouden medaille voor Nederland tijdens een Universiade werd in 1970 in Tokyo gewonnen door Ada Bakker (Leiden) en Astrid Suurbeek (Amsterdam) in het tennis dubbelspel.
1970 – Oprichting Nederlands Universiade Comité
Periode 1972- 1977
De periode 1972-1977 was een zeer onrustige periode voor de NSSS. Sportraden (Groningen en Amsterdam) traden uit vanwege uiteenlopende redenen o.a. de ondemocratische structuur. Een notaris en de juridische faculteit te Leiden kwamen tot de volgende conclusie: “De feitelijke organisatiestructuur van de NSSS verdraagt zich slecht met de wettelijke stichtingregels en de statuten trachten op een onhandige wijze een compromis te bereiken tussen praktijk en rechtsregels”.
Op basis hiervan onderging de NSSS een aantal zeer drastische veranderingen. Niet alleen qua structuur, bestuur en huisvesting, maar ook qua prioriteiten en taken. In 1974 werd het begrip OSSO (Overkoepelende Studenten Sport Organisatie) ingevoerd. In 1976/1977 werd een AB-nieuwe-stijl ingevoerd op een manier zoals de NSSS die nu nog kent: 1 stem per OSSO en 1 stem voor het HB (toen nog DB). Tevens ging men in die periode over van een Leids DB naar een landelijk DB. De instelling van een landelijk DB was ook de aanleiding om te gaan verhuizen naar het centraler gelegen Utrecht.
In 1976 werd een voorstel tot contributieverhoging van fl. 2,00 (€ 0,91) naar fl. 2,50 (€ 1,13) afgewezen.
1973 – Batavierenrace
In 1972 keren een aantal Nederlandse studenten enthousiast terug van de Zweedse Sola-Relay-Race: de basis voor de Batavierenrace was gelegd. In navolging van de Batavieren werd eerste Batavierenrace van Nijmegen naar Rotterdam gelopen. Door infrastructurele problemen werd het jaar daarna de route verlegd. De route loopt nu van het Universitair Sportcentrum Nijmegen, via Duitsland, de rustige Achterhoek en de Oude Markt in hartje Enschede naar de campus van de Universiteit Twente. De totale loopafstand bedraagt ruim 175 kilometer en is onderverdeeld in 25 etappes (17 heren- en 8 damesetappes).
Opvallend is de sterke groei van het evenement. In 1973 deden 23 ploegen mee, dit aantal is in tien jaar vertienvoudigd tot 250 deelnemende teams. Met een recordaantal deelnemende ploegen van 370 in 2009 is de vermelding in het Guiness Book of Records als grootste estafetteloop van Europa zeer terecht!
Periode 1977-1982
In de periode 1977-1982 ontwikkelde de NSSS zich tot een breedtesportorganisatie. Meedoen was belangrijker dan winnen. Evenementen als Batavierenrace (vanaf 1973) en Lauwersloop (1981-2000) zijn daar voorbeelden van. Om de voortgang van de studententopsportactiviteiten te verzekeren is de SSWK (Stichting Studenten Wereld Kampioenschappen) opgericht.
In 1982 werd de contributie verhoogd naar fl. 2,30 (€ 1,04).
1981 - Lauwersloop
Op initiatief van de ACLO (Groningen) werd in september 1981 de Lauwersloop georganiseerd: een noordelijke tegenhanger van de Batavierenrace. De Lauwersloop tussen Leeuwarden en Groningen was 107 kilometer lang. De route was verdeeld over 15 etappes (4 dames en 11 heren). In 2001 werd de laatste Lauwersloop gehouden. Het principe ‘voor en door studenten’ ging niet meer op. Er was geen organisatiecommissie meer te vinden vanuit de studentenwereld en ook bestond het deelnemersveld inmiddels uit veel oud-studenten, die door middel van de Lauwersloop aanleiding zagen een gezellige reünie te houden.
1982 – Congres ‘Student Mass Sport’
In het kader van het 25-jarig bestaan van de NSSS werd in 1982 het congres ‘Student Mass Sport’ georganiseerd om landelijk aandacht te krijgen voor de breedtesportgedachte. Vier dagen lang werd er met ruim 60 deelnemers uit Nederland, Noorwegen, Zweden, Groot Britannië, België, Israël, West-Duitsland en Oostenrijk gediscussieerd over verbreding en verbreiding van de studentensport. Mr. Pieter van Vollenhoven opende het volledige Engelstalige congres.
Periode 1984-1988
De periode1984-1988 kenmerkte zich vooral door demonstraties. De politiek vroeg zich af waarom er eigenlijk studentensport zou moeten bestaan. Naar aanleiding hiervan werden twee initiatieven ontplooid. Allereerst schreef de toenmalige voorzitter een boekje “Studentensport in Nederland” en ten tweede werd op initiatief van de NSSS in 1986 een landelijk actieweek georganiseerd tegen de dreigende opheffing van studentenvoorzieningen. Deze actie werd een groot succes en haalde veel publiciteit. Voor de NSSS aanleiding om zich bezig te gaan houden met meer lange termijn beleid en met de verbetering van reglementen en statuten.
1986 – Landelijke actieweek
Begin 1985 kwamen er sterke aanwijzingen dat de financiering van de studentensport stopgezet zou worden. Een nota Studentenvoorzieningen van de minister van Onderwijs en Wetenschappen, W.J. Deetman, gaf aan dat de studentenvoorzieningen niet langer gericht zouden zijn op het welzijn van de student in het algemeen, maar meer op de studiebevorderende aspecten ervan. Door de NSSS werd een actieprogramma en een landelijke actieweek vastgesteld. Er werden allerlei ondersteunende activiteiten georganiseerd, zoals suikerzakjes met de opdruk Hoger Onderwijs zonder sport en cultuur? Onverantwoord!, kaderposters waar elke stad zijn eigen plaatselijke acties kon aangeven, guldenstickers die op guldens geplakt werden en informatiepakketten voor de media en alle betrokkenen. De actieweek werd een groot succes en haalde veel publiciteit.
1987 – Vernieuwing huisstijl
In 1987/1988 is de NSSS van een nieuwe huisstijl en logo voorzien omdat het bestuur destijds vond dat het oude promotiemateriaal een zekere gedateerdheid, oubolligheid en ongestructureerdheid vertoonde.
1989-1990
De belangrijkste beleidskeuzes in 1989-1990 waren een financiële reorganisatie
Dit leidde in de periode 1989-1990 tot de volgende beleidskeuzes:
• Financiële reorganisatie
• Geen intensief HBO-integratie beleid
• Trachten internationaal mee te blijven tellen, maar het werk overlaten aan professionele krachten
• Intensievere samenwerking nationale bonden en SSB’s (Studenten Sport Bonden)
• Betere profilering van de NSSS naar “buiten toe” en naar de eigen achterban
Interessant om te noemen zijn de volgende ontwikkelingen:
• De NSK’s komen onder financiële verantwoordelijkheid OSSO’s
• DSM werd hoofdsponsor van de NSSS voor vier jaar
1992 – Symposium ‘De Economie van de Sport’
Voor het zevende lustrum werd in 1992 een symposium georganiseerd met lezingen betreffende allerlei economische facetten van de sport.
1995 – Herbezinning kerntaken NSSS
Het werd steeds moeilijker om geschikte kandidaten te vinden voor het dagelijks bestuur van de NSSS. Ook bleek dat de steeds wisselende besturen de continuïteit van de organisatie geen goed deed. In 1995 werd daarom een structuurcommissie ingesteld die de kerntaken van de NSSS moest herzien. De vraag was of de NSSS een ‘postbusorganisatie’ werd die de binnenkomende zaken afhandelt en doorstuurt of een volwaardige sportorganisatie voor studentensport. Een structuurcommissie werd ingezet om te kijken naar de mogelijkheden. Conclusies van deze commissie waren dat de positionering van NSSS in de sportwereld verbetert diende te worden, de bereikbaarheid van de sportkaarthouder moest vergroot worden en in de organisatiestructuur diende meer continuïteit en andere bestuurlijke inrichting te komen. Tevens moest de NSSS een koepelfunctie kunnen vervullen voor alle studenten. Een postbusmodel zou geen levenvatbare toekomst voor de NSS bieden. Aanbevelingen voor NSSS waren oa. het instellen van commissies voor professionalisering, contributie en sportstimulering, concrete voorstellen ontwikkelen op het gebied van huisvesting, evenementenbeleid en belangenbehartigen en er diende naar aanvullende financiering bij het Ministerie van VWS en NOC*NSF gezocht te worden.
In 1996 werd gekozen voor een organisatievorm met een professioneel bureau, een hoofdbestuur op afstand en een algemeen bestuur door de sportraden.
1996
In 1996 kwam Henk Kuiper bij NSSS, met als voornaamste taak het neerzetten van een professioneel bureau en de zorg voor een meerjaren financiering. Het algemeen bestuur werd gevormd door de sportraden met op afstand een hoofdbestuur en een bureau voor de dagelijkse gang van zaken. In die tijd werd er veel subsidie verkregen voor de activiteiten.
1998-2000
In 1998 is een werkgroep vanuit het Algemeen Bestuur begonnen met het opstellen van een nieuw meerjaren beleidsplan (MJBP 1999-2004). Eén van de belangrijkste uitgangspunten hierbij was dat de NSSS zich wilde profileren als de belangenbehartiger van alle sportende HBO- en WO-studenten.
Om alle doelstellingen uit het MJBP te kunnen financieren was een hogere bijdrage nodig vanuit de sportraden. Tijdens de Algemeen Bestuursvergadering van januari 2000, waarin de verhoring van de afdracht per sportkaart centraal stond, bleek dat er geen besluit genomen kon worden. Mede doordat een deel van de sportraden geen besluit kon nemen omdat de verantwoordelijkheid bij het College van Bestuur of hoofd LV&S lag. Daarnaast was een groot deel van de sportraden principieel tegen een verhoging.
Met de huidige structuur kon de impasse niet opgelost worden en het advies werd gegeven om te kijken naar een nieuwe organisatorische en financiële structuur.
2002-2003
De jaren 2002-2003 stonden geheel in het teken van de herstructurering. Deze moest twee grote problemen oplossen: verbetering van de besturing en de financiële onderbouwing van de organisatie. Een algemeen bestuur van 18 verschillende, jaarlijks wisselende OSSO-besturen had een negatieve invloed op kennis, betrokkenheid en eensgezindheid. Daarnaast was de afdracht van de OSSO’s aan NSSS gekoppeld aan het aantal sportkaarthouders en niet aan de afname van producten. Hierover was ontevredenheid bij de OSSO’s en een aantal dreigde NSSS te verlaten.
Op basis van bovenstaande en andere criteria werd er door een werkgroep een Businessplan geschreven met daarin een geheel nieuwe opzet voor een hele nieuwe organisatie: Studentensport Nederland. In het businessplan zijn visie, missie, doelstellingen kernactiviteiten etc. beschreven. Daarnaast is een nieuw besturingsmodel voorgesteld en een voorzet gegeven hoe de financieringssystematiek er uit zo moeten komen te zien.
SSN werd niet meer bestuurd door de OSSO’s en ook niet meer gefinancierd door een vaste afdracht van de OSSO’s. Het zou een marktgerichte organisatie worden die studentensportproducten zou aanbieden, waarbij de afnemer zou moeten betalen voor de producten die afgenomen werden.
Wel werden de OSSO’s gezien als de belangrijkste klantengroep van SSN. Omdat vervreemding tussen beide partijen niet wenselijk werd geacht vanwege de belangrijke historische en morele band die er bestond tussen beide partijen, werd er een OSSO-convenant ingesteld om de gezamenlijke belangen van SSN en de OSSO’s te waarborgen. Het gevolg was dus dat de OSSO’s geen afdracht meer hoefden te betalen, maar dat SSN hun financiële middelen dus op andere manieren zou krijgen.
SSN was in onderhandeling met het ministerie van OC&W, de VSNU en de HBO-raad. Op basis van de geformuleerde ambities leidde dit onder het kabinet Kok-2 tot een mondelinge toezegging van de toenmalige minister van OC&W om € 1 per student te krijgen. Dit zou neerkomen op € 440.000 en ten opzichte van de € 60.000 tot 70.000 die via de OSSO-afdracht (van €1,04 per sportkaarthouder) was dit dus een behoorlijke vooruitgang. In afwachting van de te verwachten toekenning was SSN genoodzaakt haar reserves aan te spreken om zowel het personeel als de activiteiten te kunnen betalen.
Mede dankzij de subsidies vanuit het ministerie van VW&S (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en het NOC*NSF konden de taken tot ongeveer eind 2003 uitgevoerd worden.
Eind 2003 bleek dat de financiering van de geformuleerde ambities niet haalbaar leek en de algemene reserve bijna op was. Een faillissement leek onafwendbaar. Op initiatief van een aantal directeuren van Universitaire Sportcentra (USC) is een voorstel gepresenteerd waarin werd voorgesteld dat SSN weer een organisatie voor en door studenten zou moeten zijn met een klein professioneel bureau als ondersteuning. De USC’s zouden garant staan voor de financiële ondersteuning door middel van meerjarige subsidieovereenkomsten. Dit plan is verder uitgewerkt en vanaf 2004 wordt er bestuurd en gewerkt met de huidige organisatiestructuur.
2006 – EUC’s in Eindhoven
In 2006 werden in Eindhoven de Europese Kampioenschappen voor studenten gehouden, georganiseerd door de Technische Universiteit Eindhoven in het kader van het 50-jarig bestaan in 2007. Voetbal, volleybal, tennis en waterpolo waren de vier takken van sport die op hoog niveau beoefend werden tijdens het EK. Het was voor het eerst in de geschiedenis van European University Championships (EUC) dat op één locatie in vier takken van sport om de Europese titel werd gestreden.
2008 – WUC Cycling in Nijmegen
2010 – EUC Roeien
Voor 2010 staan de Europese studentenkampioenschappen Roeien op het programma. Roeien wordt als sinds 1874 gebezigd door studenten in verenigingsverband. Heel lang speelden alleen corporale verenigingen een rol van betekenis, maar in de jaren zestig werd dit gewijzigd toen een aantal studentenroeiverenigingen werden opgericht die geen binding met een studentencorps hadden.
De wedstrijden vinden plaats op de oudste roeibaan van de wereld, de Bosbaan in Amsterdam. Deze baan werd in 1936 gebouwd met oorspronkelijk 5 banen en is nu uitgegroeid tot een internationale wedstrijdbaan van 118 meter.
Laatste wijziging: 9 februari 2010 09:35:09.